Uitgeverij Parterre – feiten en verhalen | Diagnose mens
622
page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-622,page-child,parent-pageid-12,ajax_updown,page_not_loaded,,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

Diagnose mens

Mensen die hulp zoeken in de psychiatrie raken vaak hun eigen verhaal kwijt. Anderen stellen immers de diagnose, anderen geven hun interpretaties. In’diagnose: mens’ reconstrueren deze mensen hun eigen verhaal. Zij vertellen over hun jeugd, hun familie, hun ervaringen met de maatschappij. Ze zijn meer dan de gestelde diagnose.
Bij de teksten staan jeugdfoto’s en recente foto’s van de mensen die aan het woord zijn. Het geheel is levendig vormgegeven en geïllustreerd.

Gegevens

Teksten en foto’s: Liesbeth Sluiter
ISBN: 978-90-80604-92-6
2001

Technische gegevens:
112 blz.,ingenaaid,
Fullcolour
Harde kaft
Nederlands,
Formaat: 20,7(h)x18,5(b)x1,2(d) cm
Gewicht: 375 gram.

Bestellen

Prijs: 10 euro
Neem contact op

Share

Tekstfragment

Dorrrrien Jorritsma-Verveld (57) kreeg met haar eerste man drie zonen, en op haar eentje drie postnatale depressies. ‘De huisarts zei na de eerste keer dat ik voorlopig geen kinderen moest krijgen. Maar mijn man liet zich niet wegsturen. De pil mocht niet van het geloof, het NVSH-pessarium paste niet. Drie kinderen in drie jaar. Mijn man zag niet dat ik ongelukkig was. Geloof maar dat je je beroerd voelt als je je kind haat.’

‘Ik werd wees op mijn elfde, het huwelijk leek een paradijs. Maar we maakten ruzie. Na die depressies was ik gesloopt en moest worden opgenomen. Toen het wettelijk werd toegestaan te scheiden van een psychiatrisch patiënt deed mijn man het meteen, tijdens mijn tweede opname. Hij had al een nieuwe vrouw. De kinderen mocht ik niet meer zien, want ik was gek. Vanuit de inrichting spande ik een zaak aan, tevergeefs. Er was geen boedelscheiding, ik kreeg een oude naaimachine. Tien jaar lang heb ik de jongens alleen gezien op het fotootje in mijn zak en soms vanuit het huis van hun buren.’ Dorien ontmoette Jan, maar raakte opnieuw van slag.

Toen hij haar in het ziekenhuis zag, doodsbang voor de toegediende insulinespuiten – ‘om kwade geesten uit te bannen of zoiets’ – zei Jan: ‘Jij komt hier nooit meer.’ Dat was de laatste opname, 24 jaar geleden. Twee dochters werden geboren; de bijbehorende depressies bleken met begrip en medicijnen te bezweren. Als Dorien manisch werd, haalde Jan de psychiater en pilletjes. De laatste vijf jaar bewijst homeopathie goede diensten.

Behalve een schoonmaakbaantje dat het financieel mogelijk maakt onbeperkt Weesper moppen te eten, doet Dorien ook vrijwilligerswerk. Iedere morgen voorziet ze in een opvanghuis junkies en andere straatvlinders van koffie en informatie. Ze is bestuurslid van de Cliëntenbond, actief in een baptistengemeenschap – ‘de gereformeerde kerk liet me dik in de steek, ik was schuldig voor ik iets kon zeggen’ – en zit in het CDA Vrouwenberaad. Sinds 1980 ziet ze haar zonen weer. ‘Ik mis ze iedere dag. Het samenzijn, als gezin.’

Sindsdien

‘Er is niet veel veranderd, behalve dat het contact met de kinderen uit mijn eerste huwelijk goed is. Dit schrijf ik om alle vrouwen die door de psychiatrie het contact met hun kinderen zijn kwijtgeraakt, moed in te spreken. In mijn geval is er na zoveel jaren weer een hereniging geweest. Maar de tijd van verlies en rechteloosheid schrijnt nog steeds en wordt heel slecht door anderen begrepen! Ik vind persoonlijk dat daarvoor meer aandacht moet komen en zal mij daarvoor inzetten. Moeders, en vaak ook vaders, houd de moed erin en werk aan jezelf.!’ (augustus 2000)

De jeugdfoto’s van twee van de geïnterviewden

Recensie

Dit boekje bestaat uit de eigen verhalen van mensen met psychische moeilijkheden, vergezeld van zwartwitfoto’s van de mensen die geinterviewd zijn als kind en als volwassene. In het voorwoord wordt uitgelegd waarom de mensen nu eens zelf aan het woord komen: om het gevoel van onmacht, opgeroepen door de anderen die een oordeel over je vellen, te doorbreken. De 27 interviews, gehouden tussen 1997 en 2001, worden gevolgd door een naschrift per persoon over hoe het hen sinds het interview is vergaan. Gebonden, met illustraties en mooi kleurrijk vormgegeven. Financieel mogelijk gemaakt door het NFGV (Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid). De auteur is fotojournaliste. De korte interviews, die meestal niet meer dan een bladzijde beslaan, geven juist in hun beknoptheid een goed beeld van wat er in een mensenleven op psychisch gebied fout kan gaan en vaak gelukkig ook weer goed kan komen. Een hart onder de riem voor mensen die in een dergelijke positie hebben verkeerd en door de buitenwereld vaak als ‘geval’ worden beschouwd.

Drs. J.M. Spee

Anderen over Diagnose: mens

""Wanneer je voor behandelaars of voor mensen om je heen enkel een diagnose wordt, dan ben je een borderliner, een schizofreen, een psychoot of een (manisch) depressieveling. Dan wordt de mens er achter te veel vergeten. Want welke diagnose we ook hebben, we blijven mensen. Elk met ons eigen unieke verhaal en met onze eigen manieren en oplossingen om te leren omgaan met moeilijkheden. Die unieke verhalen met hun eigen manieren en oplossingen kun je lezen in 'diagnose: mens'." Uit: Bulletin Cliëntenbond, tekst van www.boekenroute.nl"

Sandra van de Werd

""Diagnose: mens heeft een normaliserende werking en is daardoor voor verpleegkundigen in opleiding een goede kennismaking met de geestelijke gezondheidszorg, voordat zij zich met de meer dorre kanten van de psychiatrische verpleegkunde moeten gaan bezighouden en zich moeten bekwamen in PES-structuur en protocollen. De gewone verhalen uit het boek en de daarin opgenomen (jeugd)foto's kunnen mensen motiveren om juist in de GGZ te gaan werken." Uit: TvZ, Tijdschrift voor Verpleegkundigen, tekst van www.boekenroute.nl"

Rob Keukens

tekstfragment: Wat zeggen de geïnterviewden nu?

Dees Postma

Sedert 1998 leef ik in een geheel nieuw verband. Samen met mijn partner bewonen we een verdieping in het rosse centrum van Amsterdam en daarnaast een klein huisje aan de haven in Hoorn.

Begin 2000 bleek ik kanker te hebben. Werd daaraan geopereerd en vervolgens regelmatig verder behandeld. Op dit moment lijkt dit proces zich positief te ontwikkelen. Begin dit jaar werd ik gedotterd en was dus weer enige tijd uit de roulatie. Ook deze ingreep lijkt overigens succesvol. Op het moment ben ik uitgeschakeld vanwege een hernia. Pijnlijk maar natuurlijk niet onoverkomelijk.

Memorabel zijn nog de volgende gebeurtenissen. Bij de jaarwisseling 2000 werkten wij, mijn partner en ik, in een nachtopvang voor daklozen in Amsterdam (‘het Stoelenprojekt’). Daar troffen wij een Chinese familie, moeder, vader en dochtertje van 7 jaar (politieke vluchtelingen). Na enig beraad hebben wij ze mee genomen naar ons huis, waar ze vervolgens 6 maanden hebben gelogeerd. Hierna zijn ze naar de reguliere opvang gegaan. Een proces werd gevoerd. Met gunstige uitslag. De familie, inmiddels uitgebreid met een tweede meisje, kreeg recent toestemming in ons land te blijven inclusief binnenkort een Nederlands paspoort. In enkele woorden een fenomenaal resultaat. Veel mensen hebben geholpen en iedereen is buitengewoon gelukkig.

Vorig jaar, 2001, heb ik in Spanje gewerkt. Bij mijn 2-ling zusje die het leven door moet met twee gehandicapte kinderen (spierdystrofie). Zij kon mijn aanwezigheid ter plaatse gebruiken. Ik ben nu weer terug. Binnenkort word ik 70. Ik prijs mij gelukkig met mijn naasten, mijn partner, mijn vier kinderen en vijf kleinkinderen, misschien zelfs met mijn diverse aandoeningen die mij tot dusverre niet nekten maar integendeel mij telkens weer met mijn platte voeten op de grond deden staan. Ik leer ook accepteren dat een ouder lichaam steeds minder kan. Maar dat deert mij niet. Ik geniet van iedere dag.

Tenslotte. Ik was tot 1968 verslaafd aan drank. Heb dat ruim dertig jaar niet genoten. Sinds vier jaar heb ik ook dat verbod weer naast mij neergelegd. En dat bevalt mij zeer goed. Alsof ik voor het eerst in mijn leven de regie zelf kan hanteren. Een bevrijding.

Dorothé Brugman

Mijn woonplek is veranderd. Ik ben naar een andere beschermde woonvorm gegaan met meer begeleiding. Ik twijfel zoals gewoonlijk aan mijn keuze om te verhuizen. Heb ik wel de juiste keuze gemaakt?
Vaak veel twijfels over de psychiatrie, heeft de psychiatrie wel zin, soms ben ik radeloos, ik heb toch zelf ook wel hersens en handen om te denken en te doen?

Hannie Kramer-Koster

Het is nu september 2002 en in november wordt het vijf jaar dat ik van mijn fobie af ben. Daar ben ik nog steeds ontzettend blij om, vooral omdat ik nu alleengaande ben. Het leven is voor mij totaal veranderd. Ik doe veel dingen buitenshuis, heb veel vrienden en kennissen, waardoor er veel bij mij thuis komen en ik bij hen op bezoek ga.
Zo gaat het nu zo’n vijf jaar en daar ben ik erg dankbaar voor.

Deze tekst is afkomstig van www.boekenroute.nl