Uitgeverij Parterre – feiten en verhalen | Feiten dansen, woorden zingen
635
page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-635,page-child,parent-pageid-12,ajax_updown,page_not_loaded,,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

Feiten dansen, woorden zingen

de eerste uitgave van Parterre. Het is een verzameling van het nagelaten journalistieke werk van Ida Overdevest, die in 1997 overleed.

Inleidende artikelen door Sandra van Beek, Liesbeth Sluiter en Mieka Vroom.

Gegevens

Auteur: Ida Overdevest
ISBN: 978-90-80604-91-9
juli 2000

Technische gegevens:
116 blz., ingenaaid
Nederlands
Formaat: 19(h)x12(b)x1,0(d) cm
Gewicht: 150 gram

Bestellen

Prijs: 5,00 euro (excl. porti)
Neem contact op

Share

Voorwoord

Als wij aan Ida denken, voelen we de beet van het gemis. In de tijd vlak na haar dood was dat de beet van een krokodil, later meer het langzaam malen van de stompe kiezen van een herkauwer. Hoe je het ook omschrijft, een rotgevoel blijft het.

We hebben dit boekje gemaakt omdat we vinden dat Ida geweldig schreef, en haar werk een beter lot verdiende dan dat van visverpakking – een bestemming die zijzelf graag mocht vermelden als je je op hoge poten kwam beklagen over redactionele ingrepen in je werk. Om te beginnen lazen we tijdschriften, boekjes en brochures waarin Ida haar sporen heeft nagelaten. Al werkend merkten we dat we af en toe vrolijk werden. We lachten om alle tegendraadse voorvallen die we met haar hebben meegemaakt en die vaak in haar teksten zijn terug te vinden, we genoten van haar onvoorspelbare hink-stapsprong taalgebruik. We vonden de levende Ida terug.

We hebben Ida’s werk, voor zover niet toch als visverpakking geëindigd, onder elkaar verdeeld en ieder kwam met een eigen verhaal terug. Die verhalen gingen over de stadia van Ida’s journalistieke loopbaan, haar taalgebruik, en de aanwezigheid van haar eigen omgeving in al haar stukken. We hebben ze uitgewerkt tot drie hoofdstukjes. Er zijn soms overlappingen. Die hebben we laten staan: het was ondoenlijk onze gedachten en gevoelens te vierendelen.

Het leeuwendeel van dit boekje bestaat uit artikelen van Ida zelf. We kozen voor teksten die we mooi vonden, ontroerend, grappig, kortom kenmerkend voor Ida op haar best. Dat heeft tot gevolg dat de selectie een beetje is scheefgetrokken. De jaren van Zône 3 en Plug zijn oververtegenwoordigd, omdat ze toen de ruimte had om haar eigen, onmiskenbare stijl voluit te ontwikkelen. Ze kon schrijven over wat haar na aan het hart lag en als het lukte ging de tekst galopperen en hoorde je de woorden grinniken. Zo willen we haar graag onthouden.

Sandra van Beek, Liesbeth Sluiter, Mieka Vroom

Uit: de kursus Kunst, Kultuur & Komputer

(…)

De kursus heeft een wat chaotisch verloop. We zouden eigenlijk aan klassieke muziek doen. We hadden voor deze gelegenheid onze hand weten te leggen op een dirigent uit Londen, Howard M. Deze was in Nederland voor een 14-daagse tournee met het Friesc Orkest, philharmonisch of symphonisch, daar willen we vanaf wezen. Hij kwam speciaal voor ons naar Amsterdam en stelde een koffiekoncert voor in het Concertgebouw. Op weg daar naar toe vertelde hij ons zijn levensverhaal. Howard zit al sinds zijn achtste in de muziek. Zijn vader, geen rijk man qua vermogen maar wel qua ambities, wilde zijn zoon graag op een partikuliere school zien. Howard had de pech goed te kunnen zingen, dus werd hij uitbesteed aan een KinderKostkoorschool, een wat grove vertaling van de in ’t origineel natuurlijk veel sjiekere Oxfordse naam. Eenzaam als ie zich daar voelde, stortte hij zich geheel en al op de muziek. De middelbare muziekkostschool, de universiteit afdeling muziek en daarna konservatorium maakten het karwei af: hij wàs Muziek.

WITTEVEENSE TREAT – Met inmiddels koude voeten en een droge keel trokken we na dit wat treurige verhaal een warm uitziend kafé in, waar we vaak met onze oma koffie en taart gegeten hebben. Hotel-restaurant Witteveen aan de Ceintuurbaan in Amsterdam, onthoudt die naam. Warmkleurig hout, tapijtjes over de tafels in plaats van over de vloer, damast, zilverwerk, kristal, porselein, roombotervlootjes, obers met. witte voorschoten en zwarte achterstevens. In het achterste gedeelte van deze lokaliteit blijkt sinds kort elke zondag vanaf vier uur een Kulturele Happening plaats te vinden. In de stijl van Parijse en New Yorkse kafé’s treden daar theater- en showmensen op, gevestigde en nog niet-bevestigde kabaretiers. Entree gratis, konsumptie gewenst. Jacqueline, een van de organisatrices, vertelde dat het er elke zondag volle bak is: er is altijd een verrassend optreden van de een of ander. Na afloop gaan mensen soms spontaan aan de piano Brecht-liederen of Opera zingen. In februari trad zelfs Freek de Jonge op met gedeeltes uit zijn nieuwe programma Het Damestasje. Wij troffen er die zondag op het toneel een Italiaans gezelschap aan dat overigens plat Amsterdams bleek te praten. Samen met onze dirigent wurmden we ons rond een houten tafeltje, waar de paars-lila tulpen met een uitdagende fles rode wijn stonden te flirten. De obers liepen zich warm aan de zijlijn. Hoewel we de eerste gasten waren, roken we het duidelijk: hier was een party going on, dat koffiekoncert haalden we nooit meer. Onze dirigent-coach raakte zozeer in vervoering door sfeer, wijn en het optreden van de Italiaanse >familie=, dat hij tenslotte na afloop zelf achter de piano kroop en werkelijk de knopen van zijn Manchester jasje speelde.

Hij speelde alles, behalve klassiek. Zo zaten we op de eerste dag van onze kursus klassiek met onze dirigent-coach Oh Teddy Bear te zingen.

MORT SUBITE – Maar we kregen nog een herkansing: een uitnodiging namelijk voor de opera Don Carlos van Verdi op zondag in de Muntopera in Brussel. Aangezien die dag minstens tweederde deel van ons gezelschap in erbarmelijke lichamelijke staat verkeerde, was de tas behalve met koffie, chocola, drop en biskwietjes ook gevuld met lemondrops, wiebertjes, hedex, hot coldrex en cold turkeyzakdoekjes. Eenmaal in Brussel hadden we drie uur vrij voor de opera begon. Aangezien we de arme Belgen niet op straat wilden overvallen met onze bacillen, zijn we het kafé met de toepasselijke naam Morte Subite (de dadelijke dood) binnengetrokken. Prachtig kafé trouwens, met plasgootjes voor paraplu’s en zacht terugverende bankleuningen. Omdat de thee niet goed viel op de aspro, probeerden we ’t met vin chaud. Dat werkte beter en in opperste stemming kropen we wat later op de allerhoogste rij van de pas gerenoveerde Koninklijke Muntopera. Het operagezelschap zong fantastisch. Het blijft een wonder hoe mensen er in slagen met hun stem boven een heel orkest uit te komen. Opzwellende stemmen, duetten, aria’s: het heeft iets magisch. Maar het spel was vréselijk saai. Op het toneel gebeurde er eigenlijk niets tot heel weinig. Voor een vier uur durende opera té weinig. Na de pauze hadden we een soort loge voor onszelf met uitzicht op het orkest. Daar was meer aan te zien dan op het toneel. Er punnikte nog ’s iemand in zijn neus en we konden aan het zakdoekgebruik ook de lichamelijke status van het orkest meten, wat een solidair gevoel gaf. Toen we definitief niets meer op toneel verwachtten en uitgekeken waren op het orkest, gaven we ons over aan de heerlijke muziek. Met gesloten ogen en gesteund door het wat merkwaardige effekt van vin chaud op aspro, weken allengs de wolkjes uit ons hoofd die daar de hele week al vastzaten. We werden aan ’t eind van de opera heerlijk verkwikt wakker. We schijnen zelfs licht gesnorkt te hebben. Opera tegen griep: we kunnen het aanbevelen! (…)

Ida Overdevest