Dorien Jorritsma-Verveld (57) kreeg met haar eerste man drie zonen, en op haar eentje drie postnatale depressies. 'De huisarts zei na de eerste keer dat ik voorlopig geen kinderen moest krijgen. Maar mijn man liet zich niet wegsturen. De pil mocht niet van het geloof, het NVSH-pessarium paste niet. Drie kinderen in drie jaar. Mijn man zag niet dat ik ongelukkig was. Geloof maar dat je je beroerd voelt als je je kind haat.'
'Ik werd wees op mijn elfde, het huwelijk leek een paradijs. Maar we maakten ruzie. Na die depressies was ik gesloopt en moest worden opgenomen. Toen het wettelijk werd toegestaan te scheiden van een psychiatrisch patiënt deed mijn man het meteen, tijdens mijn tweede opname. Hij had al een nieuwe vrouw. De kinderen mocht ik niet meer zien, want ik was gek. Vanuit de inrichting spande ik een zaak aan, tevergeefs. Er was geen boedelscheiding, ik kreeg een oude naaimachine. Tien jaar lang heb ik de jongens alleen gezien op het fotootje in mijn zak en soms vanuit het huis van hun buren.' Dorien ontmoette Jan, maar raakte opnieuw van slag.
Toen hij haar in het ziekenhuis zag, doodsbang voor de toegediende insulinespuiten - 'om kwade geesten uit te bannen of zoiets' - zei Jan: 'Jij komt hier nooit meer.' Dat was de laatste opname, 24 jaar geleden. Twee dochters werden geboren; de bijbehorende depressies bleken met begrip en medicijnen te bezweren. Als Dorien manisch werd, haalde Jan de psychiater en pilletjes. De laatste vijf jaar bewijst homeopathie goede diensten.
Behalve een schoonmaakbaantje dat het financieel mogelijk maakt onbeperkt Weesper moppen te eten, doet Dorien ook vrijwilligerswerk. Iedere morgen voorziet ze in een opvanghuis junkies en andere straatvlinders van koffie en informatie. Ze is bestuurslid van de Cliëntenbond, actief in een baptistengemeenschap - 'de gereformeerde kerk liet me dik in de steek, ik was schuldig voor ik iets kon zeggen' - en zit in het CDA Vrouwenberaad. Sinds 1980 ziet ze haar zonen weer. 'Ik mis ze iedere dag. Het samenzijn, als gezin.'
Sindsdien
'Er is niet veel veranderd, behalve dat het contact met de kinderen uit mijn eerste huwelijk goed is. Dit schrijf ik om alle vrouwen die door de psychiatrie het contact met hun kinderen zijn kwijtgeraakt, moed in te spreken. In mijn geval is er na zoveel jaren weer een hereniging geweest. Maar de tijd van verlies en rechteloosheid schrijnt nog steeds en wordt heel slecht door anderen begrepen! Ik vind persoonlijk dat daarvoor meer aandacht moet komen en zal mij daarvoor inzetten. Moeders, en vaak ook vaders, houd de moed erin en werk aan jezelf.!' (augustus 2000) |